 |
|
10. Naam:
11. officieel: adder |
|
|
20. Milieu:
21. Levensgemeenschap: graslanden, bos en heide, grotten
22. Vindplaats: langs bosranden |
 |
|
30. Soort:
31. Dieren: gewervelde dieren. reptielen
32. Familie: de adders |
|
|
|
40. Lichaamsbouw:
41. Vorm: gestroomlijnd
42. Huidbedekking: glad
43. Kleur: verschilt van soort tot soort
44. Delen kop: muil
romp: zintuigen: tast is het meest ontwikkeld
ademhaling: longen
lichaamstemperatuur: wisselend
ledematen: staart
voortbeweging: sluipen
|
|
|
50. Leefwijze:
51. trekdier
53. dag-nacht dier
54. alleen
55. taakverdeling: elk zorgt voor zichzelf |
|
|
|
60. Voedselketen:
61. Jachtgebied: bossen
62. Voedselsoort: alleseter en omnivoor .
63. Menu: zoogdieren maar ook resten van vogels, reptielen,
wormen en insecten
64. Vijanden: wilde zwijnen, egels, dassen, bunzingen,
katten en honden .
|
|
|
70. Voortplanting :
71. Paartijd: augustus of september
72. Jongen: hoe: levendbarend
aantal: 7/14
broedzorg door: de vrouwtjes
duur broedtijd: 3 jaar
73. Nest: naam: hijzelf is het nest
waar: overal waar de adder komt
vorm: in een ronde |
|
|
80. Bijzonderheden:
81. Leeft samen met: andere reptielen
Verdedigt zich door/met: zijn giftanden
82. Geluid: ssssssssssssssssssssssssss
83. is schadelijk voor: zijn ogen
84. Is beschermd: ja
|
 |
|