 |
|
10. Titel: forel
11. Latijnse naam: Salmo Gairdneri |
 |
|
20 Milieu:
21. Levensgemeenschap: 578.61 zoetwater
bv: meren en rivieren.
22. Niet ver van een bron. |
|
|
30. Soort
31. 598.10 vissen
32. Familie: Zalmen |
|
|
40. Lichaamsbouw
41. Vorm: stroomopwaarts
42. Huidbeddeking: glad
43. Kleur: schrikkleur
44. Kop: - Grote witomrande ogen.
- Geeft brede, vergesplete muil.
- Geeft ook krachtige kaken.
Romp: - Vetvin, bijna rolrond lichaam
- Talrijke rode, witomrande vlekjes op
kop en rug.
- Sterk wisselende schutkleur.
(van olijfgroen tot groen/zwart)
Ledematen : - Grote vinnen
- Zwemmen |
|
|
50. Leefwijze :
51. trekdier
53. dagdier
54. Ze zijn in groep.
55. De vrouwtjes passen op de eitjes.
|
|
|
|
60.Voedselketen :
62. voedselsoort : alleseter
63. menu: - watervlooien
- roeipootkreeftjes
- Insecten die op water
terecht komen.
- aardwormen
- kleine visjes
|
|
|
|
70. Voortplanting :
71. Paaitijd : winter
72. Jongen : hoe: eitjes
aantal : 1500
broedzorg door : moeder
duur broedtijd : 2 à 3 weken
nestblijver
73. Nest :
waar : onderwater
|
 |
|
80. Bijzonderheden
81. Leeft samen met : andere forellen
Verdedigt zich door : Zijn kleur te veranderen.
82. Geluid : geen
83. Is nuttig voor : mensen |
|
|
|
Melissa 6A Lieze 6b
|