|
|
|
|
|
|
|

578.16 |

598.10 |
 |
FOREL
Salmo trutta fario
|
|
|

LICHAAMSBOUW |
41. vorm: gestroomlijnd
42. huidbedekking: glad
43. kleur: schrikkleur
44. delen:
- kop: muil
* zintuigen: grote witte omrande ogen geeft
* ademhaling: door de kieuwen
* lichaamstemperatuur: afwisselend 3°tot 9°C
- ledematen: de vinnen
voortbeweging: zwemmen
|
|
|

LEEFWIJZE |
51. het is een trekdier
53. het is een dagdier
54. hij leeft in groep
55. taakverdeling: vrouwtjes passen op de eitjes.
mannetjes gaan op jacht om voedsel.
|
|
|

VOEDSELKETEN |
62. voedselsoort: het is een alleseter
63. menu: watervlooien, roeipootkreeftjes, kleine visjes en
aardwormen
|
|
|

VOORTPLANTING |
71. paartijd: in de winter
72. jongen:
- hoe: het legt eitjes
- aantal: ongeveer 1500
- broedzorg door: de moeder
- duur broedtijd: dat duurt 3 à 4 weken
- nestblijver
73. nest:
- naam: paainest
- waar: onder water
|

|
|

BIJZONDERHEDEN |
81. leeft samen met: met de andere forellen
verdedigt zich door/met: door zijn kleur te veranderen
83. is nuttig voor: de mensen
|
|
|
| samengesteld en opgemaakt door: |
Jana
(6a)
|
Alissia
(6b)
|
|
|
|
|
|
|
|